De voor- en nadelen van AI 

De voor- en nadelen van AI

AI is een van de belangrijkste technologische ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Ook in de wereld van vertalen is AI een steeds grotere rol gaan spelen, met hier en daar zelfs de claim dat het menselijke vertalers gaat vervangen. Als AI menselijke vertalers ooit echt gaat vervangen, duurt dat nog zeker wel even, want op dit moment is AI zeker niet perfect. Hier zijn een aantal van de voor- en nadelen van AI voor vertaling, gebaseerd op het artikel van AIContentfy

Productiviteit 

Het voornaamste voordeel aan het gebruik van AI voor vertaling en lokalisatie, is dat het proces sneller en efficiënter wordt. Binnen enkele seconde kan AI enorme teksten vertalen en ook lokaliseren, zodat deze niet alleen in doeltaal staan, maar ook passen bij de cultuur van de doelgroep. Dit zorgt ervoor dat je veel productiever kunt werken. In plaats van uren bezig te zijn met een vertaling, laat je AI het grootste deel van je werk doen en verbeter je de tekst achteraf. Hierdoor blijft er meer tijd over voor andere taken. 

Kwaliteit 

Een nadeel dat bij een vertaling van AI wel komt kijken is de kwaliteit. Over het algemeen is de vertaling van een redelijke kwaliteit, maar er kunnen nog altijd fouten in de tekst zitten. Dit is vooral een probleem omdat mensen vaak de neiging hebben AI wel te geloven. Alles klinkt vloeiend, dus zal het vast ook wel allemaal juist zijn, maar een foutje is – zelfs door AI – zo gemaakt. Het is daardoor van belang om erg kritisch naar de AI-vertaling te kijken. Ga niet uit van de kwaliteit van AI, blijf opletten en controleer op fouten. Zeker bij lastige zinconstructies, gezegdes of grappen is het belangrijk dat deze goed gecontroleerd worden, omdat AI hier moeite mee heeft.  

Kosten

Naast het feit dat AI snel en efficiënt is, is het ook nog eens kostenbesparend. Veel AI-hulpmiddelen zijn gratis of anders hebben ze een goedkoop abonnement dat je kunt nemen om ongelimiteerd te vertalen. Het scheelt daarom heel veel kosten omdat er geen vertaler ingehuurd hoeft te worden of – als je zelf vertaler bent – scheelt het tijd, waardoor je meer projecten uit kunt voeren en zo meer kunt verdienen. 

Menselijke vertalers 

Met AI hoef je dus minder vertalers in te huren als je een vertaling nodig hebt en zelf niet over de vaardigheden en kennis beschikt om te vertalen. Echter, dit is ook een nadeel van AI. Voor een bedrijf zal het kostenbesparend zijn omdat die niemand in hoeft te huren, maar de vertaler die dankzij AI niet wordt ingehuurd zal salaris mislopen. Hoe meer AI gebruikt zal worden voor vertaling, hoe meer vertalers hun baan kwijt zullen raken. Zelfs al kunnen deze vertalers een rol hebben in het proces van AI-vertalen, bijvoorbeeld als proofreader, dan zal dit nog steeds een stuk minder betalen en het werkplezier verlagen. Vertalers zijn immers geen vertaler geworden om vertalingen van een computer te controleren. 

Toegankelijk 

Het vertalen van teksten maakt deze toegankelijk voor publiek dat ze hiervoor niet kon lezen, omdat ze de brontaal niet spreken. AI kan dit op grotere schaal doen. Doordat AI zo snel en goedkoop kan vertalen, is het voor bedrijven makkelijker om teksten naar veel verschillende talen te vertalen. Zeker omdat (als de teksten niet helemaal correct hoeven te zijn) AI dit live kan doen, waardoor iedere tekst met een druk op de knop voor de klant in zijn of haar voorkeurstaal beschikbaar wordt. Hierdoor zal niemand tegengehouden worden door een taalbarrière. De live-vertalingen van AI zullen niet perfect zijn, maar de algemene boodschap zal toegankelijk zijn voor iedereen. 

Geen personalisatie 

Hoewel alle teksten toegankelijk zullen zijn, zijn ze zoals gezegd zeker niet perfect. Naast het feit dat ze fouten kunnen bevatten, zijn ze ook niet gepersonaliseerd. Lezers zullen de teksten wel in hun eigen taal kunnen lezen, maar waarschijnlijk zal de tekst ze niet echt aanspreken. En zeker bij marketing, waar je de lezer toch wilt overhalen je product of service te kopen, is dit toch wel een nadeel. Het simpelweg kunnen lezen van de tekst zal er niet voor zorgen dat de lezer ook iets wil kopen, en zeker als er een veel fouten in de AI-vertaling staan, kan dit potentiële klanten ook juist afschrikken. 

AI: wel of niet gebruiken? 

AI kent zowel voordelen als nadelen. Hoewel het handig is om snel, efficiënt en goedkoop je teksten toegankelijk te maken voor een groot publiek, kan het nog steeds fouten bevatten, is het niet gepersonaliseerd en zorgt het ervoor dat menselijke vertalers hun baan kunnen verliezen. Het is met name belangrijk je bewust te zijn van zowel de voor- als nadelen van AI als je dit wilt gebruiken. 

Wij van Exito zien AI vooral als een handig hulpmiddel. Mochten we zelfs net niet uit de zin komen en is er niemand beschikbaar om het aan te vragen, dan laten we AI die zin vertalen om hier inspiratie uit op te halen. En als bedrijven echt heel krap bij kas zitten, dan staan we altijd open voor het editen van vertalingen door AI. Maar over het algemeen raden wij mensen toch aan om een menselijke vertaler op te zoeken, omdat deze een vertaling kunnen leveren die niet alleen van hoge kwaliteit is, maar het publiek ook echt aanspreekt. 

Welke vaardigheden moet je hebben om vertaler te worden?

Vertalen is een vak. Het vraagt om meer dan alleen twee talen beheersen. Maar wat zijn dan precies de vaardigheden die nodig zijn om vertaler te worden? Online zijn hier aardig wat artikelen over te vinden. Zo veel dat het misschien niet heel overzichtelijk is. Studente aan Universiteit Leiden en stagiaire van Exito, Bente Will, schreef daarom deze blog over de vaardigheden die wij bij Exito belangrijk vinden, onder andere gebaseerd op een artikel van LinkedIn en artikelen van BLEND.

Taalbeheersing

Alhoewel vertalen meer is dan twee talen beheersen, is het wel de basis van vertalen. Naast je moedertaal moet je nog minstens één taal op hoog niveau beheersen. Maar alleen de talen beheersen is niet genoeg. Je moet ook kennis hebben van de cultuur of culturen die bij deze talen komen kijken, zodat je weet wat wel en niet gezegd kan worden. Je moet om kunnen gaan met de idiomen, uitdrukkingen en culturele nuances die een taal heeft, én weten hoe je deze het beste kunt vertalen naar een andere taal en cultuur. Denk dan bijvoorbeeld aan de Engelse uitdrukking “It’s raining cats and dogs”. Dit kan vertaald worden met “Het regent katten en honden”, maar dat klinkt toch niet lekker omdat we dit in het Nederlands niet zo zeggen. Een betere vertaling is de Nederlandse uitdrukking “Het regent pijpenstelen”, of als we iets dichter bij het Engels willen blijven, kunnen we zeggen “Het is hondenweer”.

Onderzoek

Echter, geen enkele vertaler weet alles van een taal en cultuur. Iedere vertaler zal dingen op moeten zoeken. Dit kan een woord in het woordenboek zijn, omdat je de betekenis of vertaling in een specifieke context wilt controleren. Maar dit kunnen ook concepten zijn in specifieke velden, zoals bijvoorbeeld medische terminologie. Het is van belang dat je deze informatie niet alleen weet te vinden, maar dat deze ook van een betrouwbare bron komt en relevant is voor je vertaling. De verkeerde informatie – bijvoorbeeld alleen maar even snel naar ChatGPT of iets dergelijks zonder te controleren – is funest voor je vertaling.

Schrijven

Een belangrijk onderdeel van vertalen is schrijven. Iets woord-voor-woord vertalen zorgt misschien wel voor een begrijpelijke vertaling, maar levert niet altijd een mooie tekst op die lekker wegleest. Het is daarom belangrijk dat je als vertaler de brontekst goed kunt lezen, en hier de belangrijkste punten uit kunt halen. Wat moet echt terugkomen in de vertaling? En wat kan worden weggelaten of vervangen? Denk hierbij bijvoorbeeld aan voorbeelden, anekdotes of gewoontes. Wat werkt in de ene cultuur wordt misschien niet begrepen in de andere cultuur of komt daar heel anders over. Stel de tekst begint met een anekdote over een begroeting en de mensen buigen naar elkaar. Dit zal in de meeste Westerse culturen vreemd aanvoelen terwijl dit in veel Aziatische landen de norm is. Als vertaler moet je kunnen herkennen of dit soort dingen letterlijk vertaald kunnen worden of dat ze aangepast moeten worden, wat in dit geval zal resulteren in een vertaling met een handdruk in plaats van een buiging. Daarnaast moet de vertaling de juiste stijl en woordgebruik hebben. Past de stijl en woordgebruik bij het publiek van de vertaling? Klopt de vertaling met het doel dat de klant voor ogen heeft?  Een vertaling moet overkomen als een originele tekst. Dit vraagt om een creatieve aanpak van vertalen, schrijven en herschrijven.

Professioneel

Als je professioneel vertaler wilt worden, is het belangrijk dat je professioneel overkomt. In principe vraagt dit bij vertalen, en zeker als je dit freelance wilt doen, om twee dingen: duidelijkheid en betrouwbaarheid. Je moet duidelijk zijn in de communicatie naar je klanten. Ze moeten weten wat ze van je kunnen verwachten, en wanneer. Hier komt ook betrouwbaarheid bij kijken. Zorg dat jij de kwaliteit levert die je belooft, en dat je dit ook vóór de afgesproken deadline doet. Mocht je toch in tijdnood komen en te laat zijn met je vertaling, ga deze dan niet afraffelen. Zorg dat de vertaling van goede kwaliteit is, en communiceer op tijd naar de klant dat de vertaling iets langer duurt. Als de klant ervan op de hoogte is, vindt deze het meestal geen probleem om iets langer te moeten wachten.

Op de hoogte blijven

Verder kun je als vertaler eigenlijk niet stilzitten. Je moet altijd op de hoogte zijn van de nieuwste trends, zowel op het gebied van de taal zelf als handige hulpmiddelen. Talen veranderen continu, woorden verschijnen en verdwijnen, en krijgen ook een andere betekenis. Wat eerst een belediging was, wordt nu geaccepteerd en andersom. Het is belangrijk dat je dit in de gaten houdt, zodat je altijd de relevante kennis hebt over de talen en culturen waar je mee werkt. Een handige website hiervoor is http://www.ktv-kennisnet.nl, waar je verschillende webinars en trainingen kunt volgen voor verschillende talen en deelgebieden. Bovendien zijn er in de vertaalsector vele hulpmiddelen die je kunnen helpen bij het vertalen. Denk dan aan computerprogramma’s die vertalingen opslaan in een vertaalgeheugen, maar ook machines en AI die voor je vertalen. Als vertaler moet je je bewust zijn van de risico’s die dit soort programma’s met zich mee kunnen brengen, maar ook hoe ze je kunnen helpen beter en sneller te vertalen.

Ervaring

Tot slot is daar dan ervaring. Ervaring is wellicht het belangrijkste dat je als vertaler kunt hebben. Echter, zeker als beginnend vertaler kan dit voor problemen zorgen. Veel klanten en vertaalbureaus werken liever niet met onervaren vertalers. Hierdoor beland je vaak in een vicieuze cirkel: je mag geen vertaalwerk doen omdat je geen ervaring hebt, maar je kunt geen ervaring opdoen als je niet mag vertalen. Om deze ervaring wel op te kunnen doen, zou je wellicht ergens stage kunnen gaan lopen of ergens als vrijwilliger gaan vertalen. Dit heeft als nadeel dat het financieel gezien niet echt voordelig is, maar het geeft je wel de ervaring die je nodig hebt. Ook kan specialiseren helpen. Bepaalde markten hebben nou eenmaal gespecialiseerde vertalers nodig, denk dan bijvoorbeeld aan juridisch of medisch vertalen. Je specialiseren zorgt ervoor dat je aantrekkelijker wordt voor klanten in dat domein en het geeft je een streepje voor op vertalers die niet gespecialiseerd zijn.  

Heb je vragen over het starten als vertaler, neem gerust contact met ons op, we vertellen je graag meer! 

Welke vaardigheden moet je hebben om vertaler te worden?

Vertalen is een vak. Het vraagt om meer dan alleen twee talen beheersen. Maar wat zijn dan precies de vaardigheden die nodig zijn om vertaler te worden? Online zijn hier aardig wat artikelen over te vinden. Zo veel dat het misschien niet heel overzichtelijk is. Studente aan Universiteit Leiden en stagiaire van Exito, Bente Will, schreef daarom deze blog over de vaardigheden die wij bij Exito belangrijk vinden,  onder andere gebaseerd op een artikel van LinkedIn en artikelen van BLEND.

Taalbeheersing

Alhoewel vertalen meer is dan twee talen beheersen, is het wel de basis van vertalen. Naast je moedertaal moet je nog minstens één taal op hoog niveau beheersen. Maar alleen de talen beheersen is niet genoeg. Je moet ook kennis hebben van de cultuur of culturen die bij deze talen komen kijken, zodat je weet wat wel en niet gezegd kan worden. Je moet om kunnen gaan met de idiomen, uitdrukkingen en culturele nuances die een taal heeft, én weten hoe je deze het beste kunt vertalen naar een andere taal en cultuur.   Denk dan bijvoorbeeld aan de Engelse uitdrukking “It’s raining cats and dogs”. Dit kan vertaald worden met “Het regent katten en honden”, maar dat klinkt toch niet lekker omdat we dit in het Nederlands niet zo zeggen. Een betere vertaling is de Nederlandse uitdrukking “Het regent pijpenstelen”, of als we iets dichter bij het Engels willen blijven, kunnen we zeggen “Het is hondenweer”.

Onderzoek

Echter, geen enkele vertaler weet alles van een taal en cultuur. Iedere vertaler zal dingen op moeten zoeken. Dit kan een woord in het woordenboek zijn, omdat je de betekenis of vertaling in een specifieke context wilt controleren.  Maar dit kunnen ook concepten zijn in specifieke velden, zoals bijvoorbeeld medische terminologie. Het is van belang dat je deze informatie niet alleen weet te vinden, maar dat deze ook van een betrouwbare bron komt en relevant is voor je vertaling. De verkeerde informatie – bijvoorbeeld alleen maar even snel naar ChatGPT of iets dergelijks zonder te controleren – is funest voor je vertaling.

Schrijven

Een belangrijk onderdeel van vertalen is schrijven. Iets woord-voor-woord vertalen zorgt misschien wel voor een begrijpelijke vertaling, maar levert niet altijd een mooie tekst op die lekker wegleest. Het is daarom belangrijk dat je als vertaler de brontekst goed kunt lezen, en hier de belangrijkste punten uit kunt halen. Wat moet echt terugkomen in de vertaling? En wat kan worden weggelaten of vervangen? Denk hierbij bijvoorbeeld aan voorbeelden, anekdotes of gewoontes. Wat werkt in de ene cultuur wordt misschien niet begrepen in de andere cultuur of komt daar heel anders over. Stel de tekst begint met een anekdote over een begroeting en de mensen buigen naar elkaar. Dit zal in de meeste Westerse culturen vreemd aanvoelen terwijl dit in veel Aziatische landen de norm is. Als vertaler moet je kunnen herkennen of dit soort dingen letterlijk vertaald kunnen worden of dat ze aangepast moeten worden, wat in dit geval zal resulteren in een vertaling met een handdruk in plaats van een buiging. Daarnaast moet de vertaling ook de juiste stijl en woordgebruik hebben. Past de stijl en woordgebruik bij het publiek van de vertaling? Klopt de vertaling met het doel dat de klant voor ogen heeft?  Een vertaling moet overkomen als een originele tekst. Dit vraagt om een creatieve aanpak van vertalen, schrijven en herschrijven.

Professioneel

Als je professioneel vertaler wilt worden, is het belangrijk dat je professioneel overkomt. In principe vraagt dit bij vertalen, en zeker als je dit freelance wilt doen, om twee dingen: duidelijkheid en betrouwbaarheid. Je moet duidelijk zijn in de communicatie naar je klanten. Ze moeten weten wat ze van je kunnen verwachten, en wanneer. Hier komt ook betrouwbaarheid bij kijken. Zorg dat jij de kwaliteit levert die je belooft, en dat je dit ook vóór de afgesproken deadline doet. Mocht je toch in tijdnood komen en te laat zijn met je vertaling, ga deze dan niet afraffelen. Zorg dat de vertaling van goede kwaliteit is, en communiceer op tijd naar de klant dat de vertaling iets langer duurt. Als de klant ervan op de hoogte is, vindt deze het meestal geen probleem om iets langer te moeten wachten.

Op de hoogte blijven

Verder kun je als vertaler eigenlijk niet stilzitten. Je moet altijd op de hoogte zijn van de nieuwste trends, zowel op het gebied van de taal zelf als handige hulpmiddelen. Talen veranderen continu, woorden verschijnen en verdwijnen, en krijgen ook een andere betekenis.  Wat eerst een belediging was, wordt nu geaccepteerd en andersom. Het is belangrijk dat je dit in de gaten houdt, zodat je altijd de relevante kennis hebt over de talen en culturen waar je mee werkt. Een handige website hiervoor is http://www.ktv-kennisnet.nl, waar je verschillende webinars en trainingen kunt volgen voor verschillende talen en deelgebieden. Bovendien zijn er in de vertaalsector vele hulpmiddelen die je kunnen helpen bij het vertalen. Denk dan aan computerprogramma’s die vertalingen opslaan in een vertaalgeheugen, maar ook machines en AI die voor je vertalen. Als vertaler moet je je bewust zijn van de risico’s die dit soort programma’s met zich mee kunnen brengen, maar ook hoe ze je kunnen helpen beter en sneller te vertalen.

Ervaring

Tot slot is daar dan ervaring. Ervaring is wellicht het belangrijkste dat je als vertaler kunt hebben. Echter, zeker als beginnend vertaler kan dit voor problemen zorgen. Veel klanten en vertaalbureaus werken liever niet met onervaren vertalers. Hierdoor beland je vaak in een vicieuze cirkel: je mag geen vertaalwerk doen omdat je geen ervaring hebt, maar je kunt geen ervaring opdoen als je niet mag vertalen. Om deze ervaring wel op te kunnen doen, zou je wellicht ergens stage kunnen gaan lopen of ergens als vrijwilliger gaan vertalen. Dit heeft als nadeel dat het financieel gezien niet echt voordelig is, maar het geeft je wel de ervaring die je nodig hebt. Ook kan specialiseren helpen. Bepaalde markten hebben nou eenmaal gespecialiseerde vertalers nodig, denk dan bijvoorbeeld aan juridisch of medisch vertalen. Je specialiseren zorgt ervoor dat je aantrekkelijker wordt voor klanten in dat domein en het geeft je een streepje voor op vertalers die niet gespecialiseerd zijn.  

Heb je vragen over het starten als vertaler, neem gerust contact met ons op, we vertellen je graag meer!

Ondertitelen: Vertalen met beperkingen 

Ondertitelen: Vertalen met beperkingen

Niet iedere vertaler is ook een goede ondertitelaar, simpelweg omdat ondertitelen veel meer is dan alleen vertalen. Het is vertalen met beperkingen in ruimte, tijd en context. De audio moet niet alleen goed vertaald worden, er moet ook rekening gehouden worden met deze beperkingen zodat er een fijne kijkervaring ontstaat. In deze blog een aantal van de uitdagingen van ondertitelen, zoals benoemd in het artikel How subtitling is different from translating texts

Ruimte 

Ondertiteling mag niet te veel ruimte innemen, omdat het dan het beeld in de weg zit. Hierdoor mag het maar 42 tekens per regel bevatten. Tot deze 42 tekens behoren niet alleen de letters, maar ook getallen, spaties, punten, komma’s, enz. Als een regel te veel tekens bevat, kunnen er meerdere regels worden gebruikt.  Maar in het algemeen geldt dat er maar twee regels per ondertitel mogen zijn. Als een zin over twee regels ondertitel verdeeld wordt, dan moet deze op een logische plek geknipt worden. Woorden die bij elkaar horen, zoals een bijvoeglijk en zelfstandig naamwoord, mogen niet uit elkaar worden gehaald. Verder hebben veel klanten een voorkeur over de verdeling van de twee regels. De ene klant heeft liever dat de bovenste regel langer is, de ander wil juist dat de meeste woorden zich in de onderste ondertitel bevinden. Tevens kan de ondertiteling op andere plekken op het scherm staan. De voorkeur gaat meestal naar onderin, het midden van het scherm, maar dit hoeft niet. Het voordeel van het midden van het scherm is dat de blik hier automatisch naartoe gaat. Echter, als de ondertitel linksonder in het beeld staat, dan begint de regel altijd op precies dezelfde plek, wat het lezen makkelijker maakt. 

Tijd 

Verder is het belangrijk dat de ondertitels gelezen kunnen worden door de kijkers, dat is immers het doel van ondertiteling. Over het algemeen wordt er vanuit gegaan dat een kijker zes seconden nodig heeft om twee volle regels te kunnen lezen. Maar de ondertiteling moet ook niet veel langer dan 6 seconden in beeld zijn, omdat dan de kans bestaat dat de kijker de ondertiteling opnieuw gaat lezen. Een hele korte ondertiteling moet minstens één seconde in beeld zijn, zodat de kijker deze kan lezen. Er moet dus een balans gevonden worden, en hier komt ook de timing van de ondertiteling bij kijken. De ondertitel moet verschijnen als het personage in de film begint met praten, en verdwijnen als deze spreker klaar is. Als meerdere sprekers snel achter elkaar spreken, zijn een aantal frames tussen de ondertitels nodig. Veel klanten hebben ook liever niet dat ondertitels over een verandering van shot heengaan, wat het ondertitelen nog lastiger maakt. 

Context 

Het voordeel bij het vertalen van een tekst is dat de lezers van de vertaling het origineel (in de meeste gevallen) niet lezen en de context alleen de tekst zelf is. Ondertiteling is een ander verhaal. Hier wordt de vertaling als het ware op het originele materiaal geplakt. Zowel het originele beeld als de originele audio is beschikbaar voor de kijker. De kijker in kwestie kan – als deze de taal van de audio ook begrijpt – de audio vergelijken met de vertaling, en het beeld kan door iedere kijker met de vertaling vergeleken worden. Het is daarom van belang dat de ondertiteling zo goed mogelijk past bij het beeld en de audio. Als iemand heel boos kijkt en klinkt in het origineel, is het vreemd als de ondertiteling een andere toon heeft. Ook als wat besproken wordt in beeld te zien is, moet dit kloppen met de ondertiteling. Als er in beeld een hond te zien is, kan er in de ondertiteling niet opeens een kat voorbijkomen. Zeker met gezegdes en (woord)grappen kan dit nog best lastig zijn. In een platte tekst kan een grap die in de vertaling niet werkt gewoon vervangen worden door een hele andere, maar als in het beeld een duidelijke verwijzing is naar een onderdeel van deze grap, dan kan dit niet. Zie het voorbeeld van The Big Bang Theory in het artikel How subtitling is different from translating texts van Mirjam van Dijk. 

Altijd anders 

Helaas is de wereld van de ondertiteling niet zwart-wit. De beperkingen verschillen per alfabet, per taal en per klant, en blijven ook steeds veranderen. Waar het aantal tekens per seconde vroeger minder was, wordt dit nu steeds meer omdat een groot deel van de kijkers liever alle gesproken tekst in de ondertiteling wil zien in plaats van een aangepaste, ingekorte versie. En in de tijd van streaming is dit ook geen enorm probleem, want als de kijker niet de hele ondertiteling kan lezen, dan kan er gewoon op pauze gedrukt worden of zelfs worden teruggespoeld. 

Al met al is het als ondertitelaar belangrijk dat je je bewust bent van de beperkingen, en dat deze kunnen verschillen. Wie hier rekening mee houdt, en natuurlijk de audio goed weet te vertalen, zal bij het ondertitelen geen problemen ervaren. Ook als kijker is het handig om je bewust te zijn van de beperkingen. Als je voortaan een film kijkt en denkt: “Wat een rare vertaling, dit zeggen ze niet!”, weet dan dat de ondertitelaar het zo goed mogelijk heeft willen vertalen en hier beperkt in is geweest. Ondertitelen is niet simpelweg vertalen, er komt veel meer bij kijken en dit vraagt soms om creatieve oplossingen. 

Interculturele professionaliteit: een ruime(re) blik

Interculturele professionaliteit: een ruime(re) blik

Hoe schud je iemand de hand, en wat zegt dat over jou en over degene die je de hand schudt? En zegt dat überhaupt wel iets daarover? Of vul je dat zelf in?

Als taalprofessionals hebben we vaak te maken met andere talen en culturen. In een andere taal communiceren, dat lukt ons wel dankzij onze veelal taalgerelateerde opleidingen. Maar met een andere cultuur omgaan, daar komt toch net iets meer bij kijken. Daar hebben we interculturele professionaliteit voor nodig. Om hier meer over te leren zodat we dit ook bij Exito nog beter kunnen inzetten, volgde ik (Marcia) er op 26 januari een hele interessante workshop over, die werd georganiseerd door de Kring Rotterdam van de NGTV.

Culturele diversiteit en dimensies

In twee uur is mijn blik verruimd en is mijn (belevings)wereld nog iets groter geworden. Ik leerde meer over de rol die cultuur speelt in gedrag, voelen, denken, communicatie en de omgang tussen mensen. Ik leerde de praktische theorie over culturele diversiteit, gebaseerd op de inzichten van de Turkse wetenschapster Çiğdem Kağitçibasi. Ook het cultuurmodel van organisatiepsycholoog Geert Hofstede met zijn zes dimensies werd me uitgelegd. Ik kreeg eye-openers en concrete tips en tools. Lees vooral even mee!

Want hoe schud jij nu eigenlijk iemand de hand? Is het een ‘slap’ handje of een stevige handdruk? Waarom doe je het op die manier? En wat vind je van de handdruk van die ander? Een zachte handdruk wordt vaak, in onze Westerse cultuur, inderdaad beschouwd als een teken van zwakte of onzekerheid. Terwijl dat in een andere cultuur juist als beleefd en empathisch wordt gezien en onze stevige handdruk misschien wel als overheersend of zelfs agressief. In sommige culturen duurt een handdruk langer dan bij ons, in de Westerse cultuur. Het is gebruikelijk om de handdruk een paar seconden langer dan normaal vast te houden, als teken van respect. Wij Westerlingen denken dan ondertussen waarschijnlijk al: “mag ik mijn hand weer terug?”.

Van miscommunicatie naar open communicatie

Een mondelinge begroeting kan ook voor verwarring zorgen. Het niet begroeten van een buschauffeur door een vrouw kan hier in Nederland als onbeleefd of arrogant worden beschouwd, terwijl het misschien wel ongewenst of ongepast is voor de vrouw in kwestie als zij dit wel zou doen in een andere cultuur. Dit was een specifiek voorbeeld dat voorbij kwam in de workshop. Maar de algehele verwarring en dus misscommunicatie is toepasbaar in vele situaties.

Wat je denkt, hoeft dus niet te kloppen. Vaak vullen we in voor een ander, terwijl we dat niet zouden moeten doen (oftewel NIVEA). Nog meer zijn we geneigd dit te doen, wanneer we tegenover iemand zitten (of staan) uit een andere cultuur. Dan kan er dus al snel miscommunicatie ontstaan.

En hoe los je die miscommunicatie dan op? Reageer je veroordelend, verward, of misschien wel verwonderd?

Ik kan je alvast verklappen: het beste is de verwondering als reactie. Dit nodigt uit tot een gesprek en open communicatie in plaats van een gesloten houding, waarbij iedereen op zijn eigen eilandje zit en het geen gesprek maar een eigen invulling wordt waarbij de uitkomst waarschijnlijk anders zal zijn dan die bedoeld was.

Wat bepaalt jouw cultuur?

Het is allemaal onderdeel van onze interculturele communicatie. Waarbij het woord cultuur heel breed opgevat kan worden. Want wat bepaalt iemands cultuur?

Dit begint al met het systeem waarin we opgroeien. Dus je opvoeding, maar ook je omgeving. Daarvan krijg je waarden, normen en opvattingen mee, in het gezin en op school. En ook daarbuiten. Groei je op het platteland op, of in een stedelijke omgeving? In een grote familie of gemeenschap, of in een klein, hecht gezin?

Hier wordt de basis gelegd van je cultuur en ontwikkel je jouw waarden en normen. De documentairefilm ‘Babies’ uit 2010 brengt dit mooi in beeld. Die gaat dus op mijn kijklijst!

Maar ook een kleine steekproef onder de deelnemers aan onze workshop, met verschillende nationaliteiten en geboortelanden, liet al zien dat waarden die voor eenieder het belangrijkste zijn, kunnen verschillen per persoon.

Eerlijkheid, gezondheid en behulpzaam zijn, werden vaak genoemd. Daar was dus een overeenkomst, maar waarom staat bij de ene dan eerlijk bovenaan en bij de andere juist gezondheid? Interessant om te onderzoeken.

In de schoenen van de ander

Stap dus eens in de schoenen van de ander. Hoe dichtbij of ver weg die ook staat of voelt.
Wat zie je? En wat doet dit met je? Met deze vragen op zak, ging ik vol verwondering en met een ruimere blik naar huis en de volgende dag naar kantoor. Ik nodig je uit om het ook toe te passen in je dagelijkse (werk)leven. Word een interculturele professional!

Zakendoen met China: Wat wel en niet doen?

Zakendoen met China: Wat wel en niet doen?

Met meer dan 1,4 miljard inwoners speelt China een grote rol op het wereldtoneel. Het land is voor Nederland een belangrijke handelspartner in Azië en veel Nederlandse bedrijven zijn in China actief. 

In China is een belangrijk concept voor zakendoen guānxi (关系). Dit verwijst naar het belang van het hebben van netwerken en het onderhouden van goede zakelijke relaties. Dit concept is eigenlijk ontstaan doordat er in China geen wettelijke bescherming is voor zakelijke aangelegenheden. Om gezichtsverlies te voorkomen en vertrouwen te verzekeren, zullen Chinezen geen misbruik maken van personen waarmee ze zakelijke relaties hebben opgebouwd. Maar hoe kun je dan op de juiste manier zakendoen met China, een land met een compleet andere cultuur? In deze blog vind je meer informatie hierover.

Doorbreek de taalbarrière

een van de grootste obstakels als Nederlander in China is de taalbarrière. Een oplossing is het inschakelen van een goede tolk, maar je kunt natuurlijk ook altijd zelf wat Mandarijn proberen te leren. Let er dan wel op dat niet alleen de taal anders is, maar ook de toon waarop er gepraat wordt. Zo communiceren Chinezen indirecter, beleefder en formeler dan Nederlanders.

Social media? Gedraag je als een local

Naast het spreken van de taal is het ook handig om Chinese social media te gebruiken. Twee voorbeelden hiervan is WeChat (Mandarijn: Weixin), vergelijkbaar met WhatsApp, en Baidu, vergelijkbaar met Google. TikTok is overigens eigendom van een Chinees bedrijf, maar ook deze applicatie is niet beschikbaar in het land, in plaats daarvan is er Douyin. Douyin werd al eerder uitgebracht dan TikTok en deze laatstgenoemde kan eigenlijk beschouwd worden als een geïnternationaliseerde versie van Douyin. De blokkade van China op verschillende social media wordt ook wel ‘the Great Firewall’ genoemd. Om het grootste aantal klanten te bereiken, is het dus belangrijk om lokale platforms te gebruiken.

Zorg dat je de achternaam van je zakenpartner weet

Omdat je die samen met een titel gebruikt om diegene aan te spreken, zoals. “Mr. Li”. In het Chinees begint een naam eerst met de achternaam en dan met de voornaam. Soms wordt dit in het Engels al omgedraaid, maar soms niet, waardoor de achternaam onduidelijk is voor iemand die niet bekend is met de Chinese taal of achternamen. Namen kun je bijvoorbeeld vinden op visitekaartjes, in China is het heel uitwisselen hiervan heel gebruikelijk. Ook hier bestaan regels over, zo dient het kaartje met twee handen gegeven en ontvangen te worden. Bovendien zal het visitekaartje zowel in het Chinees als in het Engels zijn en wordt het met de Chinese kant naar boven gegeven.

Let op de Chinese etiquetteregels

Naast het (correct) uitwisselen van visitekaartjes is het belangrijk om de correcte naam voor het land te gebruiken in officiële documenten: Volksrepubliek China. China ziet Taiwan als een van zijn provincies, genaamd ‘Republiek China’ en deze twee namen moeten zeker niet met elkaar verward worden. Zoals eerder gezegd communiceren Chinezen formeler dan Nederlanders, maar hun zakelijke onderhandelingen zijn dan weer wel informeler. Zo kun je worden uitgenodigd voor een diner of een karaokeavond. Zorg dan dat je zakelijke of controversiële onderwerpen vermijdt.

Een contract betekent niet gelijk vertrouwen

In China is een vertrouwensrelatie zeer belangrijk, vertrouwen is niet vanzelfsprekend, het staat er zelfs boven een getekend contract. Een contract zal juist eerder wantrouwen opwekken dan geen contract bij een Chinees, de vertrouwensbasis zou dan namelijk ontbreken. Ook bij het oplossen van eventuele problemen verschillen Nederlanders van Chinezen. Nederlands zijn direct en gaan liever direct een confrontatie aan, terwijl Chinezen afwachtender, minder expliciet en eerder probleemontwijkend handelen. Dit is overigens ook een moeilijkheid bij het vertalen uit het Chinees vanwege het risico op een te directe vertaling.

De uitnodigende partij betaalt

De rekening splitten wanneer je iemand uitnodigt voor een zakelijk etentje. Het is belangrijk om eerst voor een goede relatie met je zakenpartners te zoeken, voordat je deals gaat sluiten. Dit kan bijvoorbeeld door uit eten te gaan, wat een westerling geld- of tijdverspilling kan vinden. Let er dan wel op dat jij betaalt als jij de uitnodigende partij bent: in China is het niet normaal om de kosten dan te delen. 

Dit zijn slechts een aantal zaken waar je rekening mee moet houden als je zakendoet met China. Heb jij ooit zakengedaan met China en is je nog iets anders opgevallen wat hier niet staat? Laat het zeker weten!

Hiken op zijn Spaans?

Hiken op zijn Spaans?

Voor de taal die wij Spaans noemen, gebruiken de Spanjaarden zelf twee woorden: “español” (Spaans) of “castellano” (Castiliaans, uit Castilië). Waar geeft men in Spanje dan eigenlijk de voorkeur aan? Dat ligt zo simpel nog niet, maar hierover in een andere blog meer.

Beide termen worden door elkaar gebruikt, afhankelijk van de regio. Maar ze betekenen hetzelfde (in Andalusië zeggen ze vooral “español”, in Catalonië vrijwel nooit). Dat laatste geldt ook voor de Balearen, kan ik beamen. Onlangs was ik voor een hikevakantie op Mallorca, wat dan weer tot die regio behoort.

Ik had er helemaal zin in, vooral om weer in Spanje te zijn; de Spaanse sfeer te proeven, onder de Spaanse bevolking te zijn en de taal om mij heen te horen. Dat dit niet het officiële Spaans zou zijn, mocht de pret niet drukken, ik werd er blij van!

Spraakverwarring

“She speaks Spanish”, zegt onze Nederlandse reisleider op dag 1 enthousiast over mij tegen de lokale wandelgids die onze hikes zal gaan begeleiden. Dat heb ik haar namelijk net verteld. Wat ik vergeten ben te vermelden, is dat het Spaans dat ik beheers niet hetzelfde Spaans is als wat deze goede man waarschijnlijk spreekt. Op Mallorca wordt Catalaans gesproken (of meer specifiek Mallorquí), wat iets anders is dan Castiliaans. Maar professioneel als wandelgids Juan is, lacht hij vriendelijk en antwoordt in perfect Castiliaans dat we dan de komende dagen vast veel zullen praten met elkaar.

Toch komen dit soort verwarringen of goedbedoelde hulp waarschijnlijk wel vaker voor. Sowieso zorgen de verschillende talen die in Spanje worden gesproken regelmatig voor grote verwarring in het buitenland, waar men het vaak heeft over dialecten. Niets is minder waar. Spanje kent in totaal vijf officiële talen (Spaans, Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees) en twee niet-officiële talen (Asturisch en Aragonees). Het Spaans is de enige officiële nationale taal van Spanje. De andere vier zijn officiële regionale talen, die in sommige gebieden ook de dominante taal zijn.

Of zoals het in Artikel III van de Spaanse Grondwet uit 1978 staat:

El castellano es la lengua española oficial del Estado. (…) Las demás lenguas españolas serán también oficiales en las respectivas Comunidades Autónomas…

Castiliaans is de officiële taal van de Spaanse Staat. (…) De andere Spaanse talen zijn ook officieel in de respectievelijke Autonome Gemeenschappen…

Variatie met een gemene deler

Hiken op zijn Spaans?

De vier officiële regionale talen van Spanje zijn dus:

  • Catalaans, dat wordt gesproken door iets meer dan 18% van de totale bevolking, oftewel 7,5 miljoen inwoners in Catalonië, de Balearen en de regio Valencia. Op de Balearen (Illes Balears) spreekt men op elk eiland een apart subdialect (op Formentera het Formenterenc, op Eivissa het Eivissenc, op Mallorca het Mallorquí en op Menorca het Menorquí), die allen behoren tot de oosterse dialecten van het Catalaans.
  • Galicisch, dat wordt gesproken door iets meer dan 2,5 miljoen mensen, 5,7% van de totale Spaanse bevolking in Galicië, en delen van León en Asturië. De taal lijkt meer op Portugees dan op Spaans.
  • Aranees, dat wordt gesproken door zo’n 4.000 mensen in de Vallei van Aran in Catalonië. Taalkundig gezien is Aranees een dialect van het Franse Occitaans.
  • Baskisch, dat wordt gesproken door iets meer dan 1 miljoen mensen in Baskenland en Navarra, 2,3% van de totale Spaanse bevolking. De Baskische taal is een geval apart en vertoont geen enkele overeenkomst met welke andere taal dan ook.

Dan zijn er ook nog de twee niet-officiële regionale talen. Asturisch wordt gesproken door ongeveer 100.000 mensen. Deze taal is in Asturië wettelijk beschermd. Het is zeker geen dialect van het Spaans, maar een aparte taal. Aragonees wordt gesproken door zo’n 10.000 mensen in de provincie Huesca in Aragón. Ongeveer 40.000 mensen kennen de taal of hebben het Aragonees geleerd, meestal in Zaragoza en Huesca.

Genoeg variatie dus met een gemene deler (op het Baskisch en Asturisch na). Het Spaans, Catalaans, Galicisch en Aranees zijn allemaal Romaanse talen en stammen af van het Latijn. Ook het Aragonees stamt af van het Latijn.

Wereldtaal

Hiken op zijn Spaans?

Ooit was het Latijn een wereldtaal. Net als het Spaans dat nu is. Het is de derde wereldtaal (na het Engels en Mandarijn). De Spaanse taal wordt gesproken in Spanje en bijna alle landen in Latijns-Amerika. Maar ook hier geldt: het Spaans in het ene land verschilt sterk van dat in andere landen, op het gebied van woordenschat, uitspraak en grammatica.

De vier officiële regionale talen van Spanje spelen een relatief belangrijke rol, zowel op regionaal als op nationaal niveau. Als we het even vergelijken met Nederland: in Spanje spreekt 24% van de bevolking een van de vier officiële regionale talen, dat komt neer op bijna 11 miljoen inwoners. In Nederland wordt de enige officiële regionale taal, het Fries, door 400.000 inwoners, oftewel slechts 2,4% van de bevolking gesproken.

Buiten de hierboven genoemde talen kent Spanje talloze dialecten en streektalen. Het beste voorbeeld daarvan is het Spaans dat wordt gesproken in Andalusië door ongeveer 7 miljoen mensen, met grote verschillen in vocabulaire en uitspraak. Het zogenaamde “Andaluz” (Andalusisch) is voor vele andere Spanjaarden moeilijk te verstaan. Laat staan voor buitenlanders die ‘een woordje Spaans spreken’ . Het dialect dat op de Canarische Eilanden wordt gesproken, lijkt ook heel sterk op het Andalusisch. Dit Andalusisch moet overigens niet verward worden met het Andalusisch-Arabisch, wat een uitgestorven Arabisch dialect is.

Naar welke Spaanse regio of eilandengroep je deze zomer ook op vakantie gaat, we hopen dat het je succes oplevert met het herkennen van de taalvarianten. Oftewel ¡Éxito!

Fijne vakantie!

Waar komt het woord Pasen vandaan?

Waar komt het woord Pasen vandaan?

Pasen is het feest van de opstanding van Christus. Althans, voor de christenen. Maar als je op zoek gaat naar de oorsprong van het Paasfeest zie je dat alles verbonden is en kom je terecht bij de mythologie, druïden, carnaval! Prachtig om te zien hoe eeuwenoude feesten en gebruiken aan en met elkaar verbonden worden.

Alles rond het Pasen in de Christelijke traditie, is verbonden met het feest van de opstanding van Christus. En ook toen er in ons kikkerland nog geen Christenen waren, werd het feest van de overgang naar het nieuwe gevierd, dat de lente daadwerkelijk zijn intrede had gedaan met groei en bloei.

Godin van de dageraad

Het Engelse woord voor Pasen is ‘Easter’ en in Duitsland wordt het ‘Ostern’ genoemd. Deze namen zijn afgeleid van de godin van de dageraad en de lente: Eostre. 

Volgens de legende was zij degene die de poort van het Walhalla opende om Balder de witte god te verwelkomen. Hij werd zo genoemd om zijn zuiverheid en droeg ook de naam ‘zonnegod’. Bij haar begint ook het verhaal van de paashaas. 

Eostre was te laat met het beginnen van de lente en daardoor was een vogeltje bijna door de kou bezweken. Het beestje kon niet meer vliegen en daarom veranderde Eostre of Ostara het diertje in een haas. En één dag in het jaar kon het haasje eieren leggen. De dag waarop Ostara werd vereerd. Wederom een opstanding van het goede, na harde koude wintermaanden.

Andere bronnen melden dat de naam gezien kan worden als een afgeleide van de naam van de Babylonische godin Isjtar, de gemalin van de zonnegod Baäl. En er zijn verbanden in gebruiken met de Romeinse en Griekse mythologie.

Een periode van vasten

Het Christelijke Paasfeest wordt voorafgegaan door een periode van vasten, die begint op Aswoensdag, de dag na carnaval. En deze veertig dagen vasten – die we vroeger écht ook aanhielden – werd overgenomen van de aanbidders van Babylonische goden. Bovendien bracht ook Jezus veertig dagen en veertig nachten al vastend door in de woestijn. En dat verwees dan weer naar de veertig jaar die de Israëlieten door de woestijn zwierven na de Exodus? In de Joodse traditie wordt een lam geofferd, gegeten met ongezuurde broden en ook dat zie je terug in het huidige Paasfeest.

De vastenperiodes kom je in allerlei godsdiensten tegen. Denk aan de Ramadan, de negende maand in de islamitische kalender, een periode van vasten, die verwijst naar openbaringen die de profeet ontving. Een periode van vasten, die uitkijkt naar een overgang, een openbaring en afgesloten met eten en feest? Ook hier zie je overeenkomsten.

De algemene Christelijke vastenperiode is als gebruik wat weggeëbd in onze dagelijkse cultuur. Maar zoals in vroeger tijden paasbroden werden geofferd bij de aanbieding van Isjtar, Eostre dus, zo vieren we nu het einde van de vastentijd met paasbroden, chocolade, lamsvlees, paaseieren, chocolade.

Het ei, symbool van opstanding en leven

Bij de oude Druïden werd het ei gezien als een heilig symbool. Eieren werden gebruikt bij riten van Egyptenaren en Grieken. De Romeinse godin Venus, die ook wel Istjar werd genoemd in Syrische cultuur, heet in het Grieks Aprhodite, de godin van de vruchtbaarheid. Eieren als symbool van het vruchtbare leven, handig overgenomen door de katholieke kerk en in verband gebracht als symbool van de opstanding van Christus.

Prachtig om alles met elkaar verweven te zien. En hierboven echt maar in een notendop. Laten we in tijden waarin we vaak kijken naar verschillen, juist een stilstaan bij wat ons verbindt. Denk eens na over een woord als ‘Pasen’ en ontdekt dat we allemaal met elkaar verbonden zijn.

Of je het viert met een ‘Semana Santa’, de zegen ‘Urbi et Orbi’, een paasvuur ontsteekt, eieren verstopt of juist eet, een glutenvrij paasbrood uit de oven haalt of de paashaas zijn werk laat doen, ik wens iedereen een vrolijk, prachtig Pasen met een mooi, krachtig jaar vol groei en bloei!

11 woorden die je zeker kent als je in Kaaiendonk carnaval viert!

Nog een paar dagen… en dan mag je weer los! Je kleurrijkste outfit uit de mottenbollen. De blaaskappellekes paraat, dansmariekes klaar, alle wagens voor de optocht een laatste likje verf: Carnaval in Kaaiendonk 2023 | We ‘ebbe ut wir te pakke! Met een nieuwe prins, een nieuwe nar, maar vol oude vertrouwde leut!

In de herhaling, want ook wij hebben ut gewoon wir te pakken: 11 woorden, die je zeker kent als je carnaval in Kaaiendonk viert. Natuurlijk zijn er nog veel en veel meer, maar deze zijn toch wel erg handig en belangrijk (en nee, ze staan zeker niet op volgorde van belangrijkheid). Welke woorden mis jij nog?

1. Kaaiendonk met al zijn Smulnarren en Smulnarinnekes, Snotnarren en Snotnarinnekes en ander goed volk…

Het mooie Oosterhout wordt met carnaval natuurlijk omgedoopt tot Kaaiendonk! Wist jij dat ‘kaai’ niet alleen ‘kei’ maar ook wel ‘zot’ of ‘nar’ betekent? En ‘donk’ is een ‘hoge droge plek in het moeras’… onze nar zal toch niet droog staan met carnaval?

De benaming Smulnarren en Smulnarinnekes slaat vanzelfsprekend op de oude Oosterhoutse uitdrukking: ‘Eerst eten!’, dus alle carnavallende Kaaiendonkers dragen met carnaval deze mooie naam.

En als je het goed doet, beginnen deze dagen officieel uiteraard met Carnavalsviering in de St. Jan! Dit jaar wordt daar ook de Grootste Kaai bekendgemaakt!

2. Ontzettende Hoogheid Prins Mienus van Kaaiendonk met heel zijn groot, klein en kindergevolg

Prins Mienus XV– een heel nieuwe prins! – is de Grootvorst en het middelpunt van het carnavalsgebeuren in Kaaiendonk. Alle vertrouwen erin dat ook hij dagenlang bourgondisch feest viert, met een bulderende lach! Dat doet ie niet alleen maar met zijn Adjudant, Veldwachter en Nar! Ook een nieuwe! En met zijn groot gevolg…en kindergevolg en alle anderen die alles afweten van het ‘Protocolder’! Ze houden de gang er goed in en met veel plezier! Wil je meer weten? Kijk op www.smulnarren.nl.

3. Hatsjekidee

Dat is wat je natuurlijk roept als je iemand tegenkomt die ook carnaval in Kaaiendonk viert. Nee, geen “Alaaf”… dat zeggen we hier niet! Dat doen ze ergens anders …

4. Klapperen

Nog steeds ben ik zelf te laat met de kaartjes…. Een week voor carnaval is dit de Kaaiendonkse variant van het bekende ‘tonproaten’ of ‘sauwelen’ (zo heette het vroeger). Hier worden de laatste ontwikkelingen in Oosterhout kritisch en met een lach onder de loep genomen! In Café De Stapmolen!

5. Volledigen…

Van heel echte senioren tot piepjonge koters… en er zijn er best veel, mensen die de insignes van Kaaiendonk sparen. De allereerste is uit 1956 met een prachtige nar. Wil je ze allemaal eens bekijken, dan kan dit op de website van de Volledigen www.volledigen.nl. Daar vind je ze allemaal bij elkaar (ook leuk als je niet-volledig bent!).

6. De Kiekerekie

Dit is vast de gezelligste krant van het jaar, de enige echt Kaaiendonkse carnavalskrant. Hij valt ongeveer anderhalve week voor carnaval in je brievenbus (meestal dan, soms gaat het mis). Je kunt erin terugvinden wat er tijdens carnaval in het mooie Kaaiendonk allemaal te beleven is. Maar neem zeker ook een kijkje op de site van de Smulnarren, daar zie je de Kaailender waar je zelf ook nog activiteiten voor kunt aandragen!

Nero, onze Manager Document Shredding, heeft meer interesse in snoepjes boven zijn hoofd dan in Kaaiendonk!

7. Bombast en de Bast

De Bombast, dat is een hele mooie! Deze oernar ligt al jaren te slapen onder de Oosterhoutse markt en als iedereen chagrijnig wordt, dan komt hij naar boven om plezier en leven in de brouwerij te brengen. Met een heuse Bastenavond op vrijdag de 17e februari! Met je ‘Bast’ op je carnavalspak laat je zien dat ook jij houdt van plezier en niet van zuurpruimerij! Mooi in het groen en in het rood, met een belletje, schouder aan schouder een feestje vieren. Natuurlijk doet Bombast heel goed met de tijd mee en heeft zijn eigen site: www.bombastherrijst.nl.

8. Dweilen

Nee, dat is niet wat je moeder of vader doet wanneer je weer eens met vuile schoenen binnenkomt, maar heerlijk van cafeetje naar cafeetje gaan en overal wat lekkers drinken, bijkletsen met mensen die je veel te lang niet hebt gezien (of juist wel) en een feestje vieren… dat begint altijd al vroeg, zelfs al ruim voordat de eigenlijke carnavalsdagen van start gaan. De Kaaise Dweildag is zo’n 3 weken voor carnaval, met blaaskapellen van overal vandaan!

9. De Grote Optocht, de Ronde van het Rutselbos én de Kinderkopkesoptocht!

De Grote Optocht is op carnavalszondag, wij hopen altijd op zonnig weer, want dan is het extra leuk om naar al die prachtige wagens, bouwwerken, danspassen en praal te kijken.

Op carnavalsdinsdag is het altijd heel druk, want dan is er eerst altijd de succesvolle, niet te overtreffen, spectaculaire Ronde van het Rutselbos. Met hometrainers, skelters, scootmobielen en andere gekke fietsen doet iedereen zijn best om te winnen in de race. En daarna moet je heel snel door om te gaan kijken naar de Kinderkopkesoptocht, waar alle Snotnarren en Snotnarinnekes laten zien hoe goed zij hebben opgelet bij de Grote Optocht en hun eigen knutselwerk showen.

10. De Boerenbruiloft!

De Boerenbruiloft is op maandag! In de middag stappen Jaonus en Hendrien, of Jaonus en Hendrik of Joana en Hendrien – mij om het even, als je maar van elkaar houdt – samen in het huwelijksbootje… met een feestje erna en wat moet je eten op deze dag…. natuurlijk: Stamp met worst!

11. Schrobbelèr, een pilske en een waterzak

Schrobbelèr is een gewaardeerde sfeerverhoger en met carnaval vliegen de glaasjes Schrobbelèr om je oren, maar altijd met je vrienden. Een pilske deel je met al je vrienden en ook wel eens met onbekenden. Doe dat altijd wel slim, want dan duurt het feestje wat langer. En als het toch iets te snel voor je gaat, neem dan een lekkere cola of iets anders tussendoor. Wil je mee blijven doen, neem dan een waterzak… dat is bier met bruiswater en dat proef je na een tijdje echt niet meer. En je wordt er iets minder snel dronken van! 🙂

Hoe dan ook, voor iedereen: veel plezier, doe voorzichtig en maak er weer een mooi feestje van dit jaar… en geniet van carnaval in Kaaiendonk: “We hebbe ut wir te pakke!” ❤️💚